Op weg terug van het boodschappen doen, loop toevallig door de regen, maar het stoort me niet.

In het schoolgebouw knippert nog altijd de t.l-balk, die nodig moet worden vervangen.

Verderop babbelt de mechanische papegaai tegen een jongetje dat per se zo'n ei moet hebben.

De buurman zegt hallo en ik groet kalm terug.

Voor mijn deur ligt een dode rat, waar ik overheen stap.

Het betekent niets. Ik vertik het.